Voorgeschiedenis van de Volksduitsers in Joegoslavië (Donau-Zwaben onder de Zuid-Slaven)
Net zoals in Hongarije immigreerde het voornaamste deel van de Volksduitsers naar leegstand vruchtbaar grond, om daar een agrarisch bestaan op te bouwen. Dit werd in de 18de eeuw gestimuleerd door het Habsburgse Rijk die een groot gedeelte van het toekomstige Joegoslavië bezat. Ook hier komen de Volksduitsers voornamelijk uit de zuidelijke Zwaben regio en waren ze daardoor overwegend katholiek. In de gebieden dicht bij Hongarije werden de uit Zwaben afkomstige Volksduitsers net zoals in Hongarije “Donau-Zwaben” genoemd. De Zwabische Duitsers die in zuidoostelijke gebieden terecht kwamen werden “Banaatzwaben” genoemd, verwijzend naar de Banaat regio vooral gelegen in het huidige Servië en Roemenië. De immigratiestroom duurde voort tot de val van het Habsburgse Rijk in 1918, waarna Joegoslavië als onafhankelijke staat ontstond. De Donauzwaben waren overwegend katholiek en brachten hun eigen cultuur met zich mee.[2]
Positie van de Volksduitsers in Joegoslavië
In de 18de eeuw kregen de eenmaal in Joegoslavië aangekomen Volksduitsers enorm veel steun in de vorm van gratis vee en gereedschap om een agrarisch leven op te bouwen. Ook kregen ze wettelijke voordelen, wat hun hielp een grote welvaart op te bouwen. Als gevolg werden de Volksduitsers in Joegoslavië zoals in andere regio’s welvarender dan de etnische meerderheid. Hele gebieden waar Volksduitsers leefden werden cultureel Duits, ook de Duitse taal werd in veel regio’s belangrijker dan de etnische taal van de regio. Dit laat zien dat de Volksduitsers in Joegoslavië nauwelijks assimileerden en dit creëerde een duidelijke breuk tussen de Duitse minderheid en Slavische meerderheid. Ook geloof speelde hierbij een belangrijke rol, in gebieden waar voornamelijk Orthodoxe Serviërs leefden werden Rooms-katholieke kerken gesticht. Dit droeg bij aan een gevoel van Duits imperialisme in Joegoslavië onder de Slavische bevolking.[2]
Na de Eerste Wereldoorlog
Vanaf het jaar 1918 werden er in Joegoslavië soortgelijke maatregelen getroffen als in Tsjecho-Slowakije waarbij welvaart herverdeeld werd om ongelijkheid en daarmee vooral armoede bij de Slavische bevolking tegen te gaan. Ook hier werd daarmee indirect de Volksduitse minderheid die overwegend een stuk welvarende was dan de Slavische meerderheid hard geraakt. Dit leidde tot een sterk gevoel van onderdrukking bij de Volksduitsers, dit gevoel werd mede gebruikt om de Volksduitsers in Joegoslavië te nazificeren. Maar ook na deze maatregel bleef de welvaart van de Volksduitsers enorm groot en daarmee ook hun macht in Joegoslavië. De Zwabische Georg Weifert, een van de bekendste Joegoslaven, was hier een voorbeeld van. Hij speelde in het begin van de 20ste eeuw een enorme rol als economisch expert en president van het Servische parlement.[2]
Nazificatie van de Volksduitsers
De nazificatie van de Joegoslavische Volksduitser is duidelijke te zien aan de hand van de Kulturbund. De Kulturbund begon als bond voor de Duitse minderheid in Joegoslavië en werd door de leiding van de bond die banden kreeg met de nazi partij steeds verder genazificeerd, totdat het in 1939 werd opgenomen in een nazistische netwerk onder leiding van Himmler. Ongeveer 60% van de Volksduitsers was lid van de Kulturbund, dit laat zien dat een groot deel van de Volksduitse bevolking aanhanger was van nazi-Duitsland.[2]
Verloop van de verdrijvingen
De nazi’s hebben in Joegoslavië enorm veel erge misdaden gepleegd, maar zoals in andere gebieden had een aanzienlijk deel van de Volksduitsers hier niks mee te maken. Toch keken de Joegoslaven hier anders naar en werden alle Duitsers en Hongaren als vijanden gezien van het volk en dus het land uit moesten.
Nazi aanhang
Anders dan in veel andere landen was een groot deel van de Volksduitsers in Joegoslavië deel van de Kulturbund, dat een pro-nazi standpunt inhield. Toen de Asmogendheden in 1941 Joegoslavië binnenvielen had de Kulturbund ongeveer 300 duizend leden, wat een aanzienlijk deel van de totale 500 duizend Volksduitsers in Joegoslavië was. Dat is 60% van alle Volksduitsers die lid waren en daarmee werden nog niet eens alle Volksduitsers meegeteld die de ideeën van de Kulturbund steunden, maar geen lid waren.
Maar deze massale steun voor de nazi-ideologie kwam vooral voort uit de druk die de Volksduitse minderheid in Joegoslavië voelde. Dit kwam vooral door de politiek van koning Alexander I van Joegoslavië in de jaren 20; hij blokkeerde actief de autonomie van vele minderheden waaronder de Volksduitsers. Veel van de nazi partijen en de Kulturbund kwamen op voor die rechten waar andere Joegoslavische partijen dat niet deden, waardoor velen vanuit het belang van de rechten van de Volksduitsers nazi partijen aanhingen. Wel was het aandeel van de Volksduitsers dat bij de Weermacht of SS hoorde tijdens de bezetting met zo’n 20% enorm groot in vergelijking met andere landen. Een aanzienlijk deel van de Volksduitsers is dus ook actief onderdeel geweest van de gruweldaden die door de nazi’s in Joegoslavië gepleegd zijn. Een deel van dit lidmaatschap bij de Weermacht en SS kwam-voort uit een verplichting voor Volksduitsers in Joegoslavië om op een manier deel uit te maken van de nazi bezetting. Net als in andere regio’s en Duitsland zelf waren de nazi supporters zich niet bewust van de gruweldaden die de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog zouden plegen in Europa en hadden vooral de beloftes van de nazi’s enorm veel invloed gehad op de Duitse bevolking die het vaak zwaar had.
Generalisering van de Volksduitsers
Na de bevrijding van Joegoslavië beweerden veel socialisten dat de Volksduitsers Joegoslavië hadden verraden en al voor de invasie actief samenwerkten met de nazi’s. Maar er zien hier geen bronnen voor, zelfs de Kulturbund aanhangers hadden niet kunnen voorspellen dat Hitler Joegoslavië zou binnenvallen. Joegoslavië en Duitsland hadden al decennia lang een goede band die vooral gebaseerd was op handel, en het besluit van Hitler om Joegoslavië aan te vallen kwam voor bijna iedereen dan ook als een verrassing. Het is ook tijdens de bezetting meermaals voorgekomen dat Duitse kerkleden zich verzetten tegen de daden van onder andere de SS. Er waren dus ook zeker Volksduitse antinazi groepen in Joegoslavië, maar net zoals in veel andere regio’s werden ook zij verdreven vanwege hun Duitse etniciteit.
De verdrijvingen
Eind 1944 was Joegoslavië bevrijd van de nazi’s en kwam de socialistische Tito aan de macht en met de steun van het Rode Leger ging hij meteen aan de slag om nazi aanhangers te arresteren. Alle Duitsers en Hongaren werden verdacht van het steunen van de nazi bezetters en ze moesten daarom vrijwel allemaal in werkkampen geïnterneerd en daarna verdreven worden. Alleen als zeker was dat iemand actief tegen de nazi’s was of deel uitmaakte van de socialisten kon diegene uitgezonderd worden van deze verdrijvingen. Voor de rest werd iedereen, jong en oud, man of vrouw naar kampen gestuurd en verdreven. Voor de Duitse bezetting wordt en geschat dat er zo’n 500 duizend Volksduitsers in Joegoslavië woonden, wat ongeveer 4% van de totale bevolking was. Na de oorlog waren dit er minstens 200 duizend, een groot deel van de Volksduitsers die bang waren voor de consequenties van hun steun voor de nazi’s waren al voor de bevrijding naar Duitsland en Oostenrijk gevlucht. Sindsdien zijn er nog veel meer Volksduitsers verdreven, want tegenwoordig leven er vrijwel geen Volksduitsers meer in het gebied dat vroeger Joegoslavië was. Toen het Rode Leger arriveerde waren ze enorm wraakzuchtig vanwege alles dat de nazi’s de Sovjets hadden aangedaan. Ze plunderden, vermoordden en verkrachtten vele Volksduitsers terwijl officieren wegkeken. Ook moest Joegoslavië een aanzienlijk aantal Duitse en Hongaarse nazi aanhangers naar de Sovjet Unie sturen om daar in werkkampen geplaats te worden. Dit vervoer werd vaak gedaan met dezelfde treinen waarmee de nazi’s Joden naar concentratiekampen hadden afgevoerd. Bijna al het eigendom van de Volksduitsers werd ingenomen en herverdeeld om zo het socialistische Joegoslavië weer op te bouwen. En aangezien de Duitse minderheid in Joegoslavië disproportioneel welvarend was, was dit een behoorlijke hoeveelheid aan land, bedrijven en andere eigendommen.
Perspectieven
De nazi’s zagen de Slavische bevolking als tweederangs burgers ten opzichte van de Joegoslavische Volksduitsers, die in vergelijking met andere landen sterk genazificeerd waren. Tijdens de bezetting door de nazi’s zijn honderden duizenden Joegoslavische Joden naar kampen afgevoerd en complete dorpen vernield. Een van de bekendste Duitse bevelen was dat voor elke Duitse burger of soldaat die vermoord werd door een Joegoslaviër er 100 Slavische burgers gedood zouden worden. Vanwege dit decreet zijn onder andere de steden Sutjeska, Nikšić, Kaljevo en Neretva compleet uitgeroeid. Het ging hierbij om tienduizenden Slavische burgers sinds het begin van de bezetting. Dit alles zorgde ervoor dat de Slavische bevolking in Joegoslavië een haat ontwikkelde jegens alles en iedereen die Duits was.