Volksduitsers in overige gebieden buiten Oost-Europa
Naast de grote Volksduitse groepen in Oost-Europa bestonden er ook Duitstalige gemeenschappen die niet door kolonisatie, maar door grensveranderingen buiten Duitsland terecht waren gekomen. De belangrijkste hiervan waren de Elzasduitsers in Frankrijk en de Duitsers in de Oostkantons van België.
Duitsers in de Elzas (Frankrijk)
De Elzasduitsers woonden al sinds de vroege middeleeuwen in de Elzas en vormden een inheemse Alemannische gemeenschap. Het gebied wisselde meerdere keren van heerser tussen Duitsland en Frankrijk, maar de bevolking bleef cultureel grotendeels Duitstalig. Omdat zij niet door migratie waren ontstaan maar door verschuivende grenzen, waren zij wel Volksduitsers in de geografische zin, maar niet in de koloniale zin zoals in Polen of de Baltische landen. Tussen 1871 en 1918 én van 1940 tot 1945 stond de Elzas opnieuw onder Duits bestuur, maar uiteindelijk werd het duurzaam Frans, waarbij de bevolking tweetalig bleef.
Duitsers in de Oostkantons (België)
De Duitstalige Oostkantons (Eupen-Malmedy) kwamen pas in 1919 onder Belgisch bestuur als compensatie na de Eerste Wereldoorlog. De Duitse bevolking bleef gewoon wonen waar zij woonde, behield haar taal en kreeg later zelfs culturele autonomie. In tegenstelling tot Volksduitsers in Polen, Tsjechoslowakije of de Sovjet-Unie zijn zij niet verdreven na de Tweede Wereldoorlog; tot vandaag vormen zij een erkende Duitstalige gemeenschap binnen België.
Duitse diaspora
Tot slot is er de wereldwijde Duitse diaspora, zoals Duitse vestigingen in Noord- en Zuid-Amerika, in Roemenië (Banaat en Zevenburgen-Duitsers) en in kleinere gemeenschappen overal ter wereld. Deze groepen speelden echter een minder directe rol in het Oost-Europese Volksduitse vraagstuk en worden daarom slechts zijdelings genoemd.[2]
Verdrijvingen van overige groepen
Naast de grote Volksduitse gemeenschappen in Oost-Europa waren er ook Duitstalige bevolkingsgroepen die door grenswijzigingen na oorlogen buiten Duitsland terechtkwamen. Hun ervaringen met verdrijving en discriminatie verschilden sterk en waren meestal beperkter in schaal, maar tonen wel hoe Duitse afkomst na oorlogen problematisch werd.
Elzasduitsers (1918–1920)
Na de Eerste Wereldoorlog werd Elzas-Lotharingen in 1919 opnieuw onderdeel van Frankrijk. De Elzasduitsers waren geen migranten, maar een inheemse Duitstalige bevolking die al eeuwen in het gebied woonde. Toch beschouwde de Franse staat hen na de oorlog als politiek onbetrouwbaar. Op basis van loyaliteitsonderzoeken werden veel Elzasduitsers uitgesloten van publieke functies of gedwongen het gebied te verlaten. De Franse overheid probeerde het gebied snel te “verfransen” door het gebruik van de Duitse taal in onderwijs en bestuur terug te dringen. Hoewel deze verdrijvingen relatief kort duurden, hadden ze langdurige gevolgen voor de positie en identiteit van de Elzasduitsers.
Duitsers in Nederland (1945–1948)
In Nederland leefde vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog een kleine Duitse minderheid. Na de Duitse bezetting van 1940–1945 sloeg de publieke opinie sterk om. Duitse afkomst werd gelijkgesteld aan mogelijke collaboratie, ongeacht individuele schuld. Tussen 1946 en 1948 voerde de Nederlandse overheid Operatie Black Tulip uit, waarbij duizenden Duitsers uit Nederland werden verwijderd. Het ging om enkele duizenden mensen, van wie velen al jarenlang of zelfs generaties in Nederland woonden. Zij verloren vaak hun bezittingen en werden zonder uitgebreid juridisch proces gedeporteerd naar Duitsland. Hoewel deze verdrijvingen beperkt waren in vergelijking met Oost-Europa, tonen ze aan dat ook in West-Europa collectieve bestraffing op basis van etniciteit plaatsvond na de oorlog.
Plaats binnen het bredere Volksduitse vraagstuk
De ervaringen van Elzasduitsers en Duitsers in Nederland verschillen duidelijk van die van Volksduitsers in Polen, Tsjechoslowakije of de Sovjet-Unie. De verdrijvingen waren kleinschaliger en korter, maar illustreren hetzelfde mechanisme: na oorlogen werd Duitse identiteit gezien als een veiligheidsrisico. Ook hier werd weinig onderscheid gemaakt tussen individuele verantwoordelijkheid en collectieve afkomst.